De gewillige opschorting van de feiten

Meer dan veertig jaar geleden was ik lid van een leesclubje. We lazen Richard Sennett’s The Fall of Public Man. Een lofzang op de stedelijke publieke ruimte van de achttiende eeuw waar mensen (mannen) van alle rangen en standen met elkaar spraken en discussieerden op pleinen in theaters en koffiehuizen en hoe dat teloor was gegaan in onze moderne steden.

In The Performer, Sennett’s nieuwste boek – hij schrijft immers nog altijd – komt het allemaal weer langs. Het theater van het publieke domein is nu eenmaal zijn thema. In de kunst, de muziek en de politiek zijn we in zijn visie altijd acteurs en toeschouwers tegelijk en dat heeft een voor iedereen toegankelijk ‘theater’ nodig.

Vanzelfsprekend valt in dit verband de naam van Trump, maar dat lijkt bijzaak. Sennett’s kader is de vernieuwende muziekpraktijk en de experimentele dans van zijn jeugd die midden in de samenleving stond. Het boek wil handvatten geven hoe de ‘opgesloten’ cultuur van nu te bevrijden uit de entertainmenttempels en het denigrerende brengen van ‘moeilijke’ kunst naar de mensen. En dat dan vanuit de kunsten zelf, maar evenzeer vanuit architectuur en stedenbouw.

Sennett trakteert ons op zeer erudiete en intellectuele beschouwingen over de geschiedenis van de scheiding tussen straat en theater (en hoe dat mogelijk weer bij elkaar kan komen), maar ook op uiteenzettingen over de kwaadaardige kanten van de publieke ruimte als podium.

Hij staat onder meer stil bij het fenomeen van de willing suspension of disbelief, de gewillige opschorting van het ongeloof. Een verschijnsel, voor het eerst benoemd in de Romantiek toen het geloof onder druk leek te komen door de wetenschap. Een staat waarin groepen in staat blijken te geloven wat helemaal niet kan en veel radicaler of zelfs gewelddadiger optreden dan ze als individuen zouden doen. Vooral wanneer de werkelijkheid ongemakkelijk is en pijnlijker wordt naarmate men zich verder heeft laten meeslepen.

Veel Capitool-bestormers leken zichzelf te zien als acteurs in een toneelstuk, deelnemers aan een symbolische actie 

Sennett geeft voorbeelden uit bekende opera’s en toneelstukken, de Franse Revolutie en de bestorming van Het Capitool. Behalve de initiatiefnemers die planmatige voorbereidingen troffen, leken veel Capitool-bestormers zichzelf te zien als acteurs in een toneelstuk, deelnemers aan een symbolische actie. Pas bij de confrontatie met de aanklacht van serieuze strafbare feiten, werd de betovering verbroken en was er grote verongelijktheid, tot Donald Trump ze gratie verleende.

Alledaagser en gelukkig niet gewelddadig lijkt een Haags voorbeeld van opschorting van de feiten bij een ongemakkelijke waarheid. Het is het hardnekkige verhaal van de frauderende invaliden en hun parkeerplaatsen in de Schilderswijk. Toegegeven: het helpt niet dat corrupte ambtenaren een aantal jaren geleden werden gesnapt met een lucratieve handel in parkeervergunningen, maar in de jongste ophef rond de wildgroei aan blauwe parkeerborden in de Trooststraat en omgeving zijn vooral de invaliden zelf de verdachten. In de verhalen rijden kwiek lopende bestuurders van invalidenplaatsen weg en staan dure racewagens te shinen op de afgekruiste parkeerplekken. Bewoners eisen herkeuringen en een verdere begrenzing van de invalidenprivileges.

Het sentiment is dat uitgekookte strompelaars  in de Haagse Schilderswijk de naïeve gemeenteambtenaren om de tuin leiden 

En dat terwijl iedereen weet dat geen parkeerplaatsen worden verstrekt zonder Europese invalidenkaart waarvoor een medische keuring nodig is. Ook is best te snappen dat mantelzorgers chaufferen in plaats van hun schutterende zorgcliënten. Anders duurde het nog langer en stond de straat altijd vast met de busjes van het gehandicaptenvervoer.

Toch is het sentiment dat uitgekookte strompelaars de naïeve gemeenteambtenaren om de tuin leiden en er zo voor zorgen dat er voor de gewone buurtbewoner geen parkeerplekje overblijft. Hoe kan de buurt anders zo vol blauwe parkeerborden staan? Dat die borden vooral tonen dat de mensen hier niet alleen jaren korter leven dan elders in Den Haag maar bovendien aanzienlijk minder gezonde levensjaren tellen, is een te wrange constatering. Dan is het kennelijk prettiger te geloven dat men tussen sjoemelaars woont.

Deze column werd geplaatst bij Romagazine.nl op 17 maart 2025